Stamboomhonden een naam geven

Pexels Photo 6209971

Wie naar traditie een stamboomhond een naam wil geven, houdt zich aan een beginletter die voor dat jaar gekozen is. 

Je verheugt je op de komst van de pup. Alle voorbereidingen zijn getroffen. De bench en mand staan klaar, de juiste voeding is aangeschaft, er zijn speeltjes, een riem en je hebt je zelfs al in een puppycursus verdiept. Maar die ene vraag is nog onbeantwoord: hoe zullen we hem of haar noemen? 

Daar ben je vrij in zolang het niet om een hond met een stamboom gaat. Is dat wel het geval dan wordt de keuze beperkter, en stiekem misschien wel makkelijker. Een stamboom wordt aangevraagd bij onder meer de Raad van Beheer. Binnen twee weken na de geboorte moet er bij de Raad een melding worden gedaan. Dan wordt de stamboom van de teef gemeld en wordt er een zogenoemde ‘dek- en geboortemelding’ gedaan. 

Zo’n stamboom is een document waarin alle informatie over de ouders en voorouders van de hond te vinden is. Niet onbelangrijk in verband met informatie over karaktertrekken, ziektes en alles wat met het ras te maken heeft. Officiële fokkers kijken daar natuurlijk goed naar. En als je zelf een hond wilt die zo gezond mogelijk is en goed is ‘gefokt’ kun je dat nalezen in de stamboom. Een hond met een officiële stamboom is altijd geregistreerd bij de Raad van Beheer.

Raad van Beheer controleert nesten met een stamboom

Nu moet je weten dat niet iedere ‘rashond’ meteen een stamboom heeft. Er zijn rassen die bestaan uit honden met en zonder stamboom. Om erachter te komen of een hond een stamboom heeft, moet je bij de fokker naar de officiële registratie vragen. Die honden hebben ook een uniek chipnummer. Het voordeel van de keuze voor een stamboomhond is dat je meer weet over de eigenschappen en het karakter van de hond, ook fysieke eigenschappen zijn veel meer gewaarborgd zoals de gezondheid, grootte en de vacht van de hond. Je weet ook dat de hond met aandacht en liefde gefokt is, dat het nest gecontroleerd en geregistreerd is. De Raad van Beheer controleert bovendien jaarlijks zo’n zevenduizend nesten van stamboompups. 

Dan nu de naam

De pup krijgt als een soort achternaam de naam van de kennel. Dat is dan zijn familienaam. Zijn of haar voornaam krijgt traditioneel een beginletter die gelinkt is aan zijn geboortejaar. Het is dus geen wet. De fokker weet daar alles van en kan je daarover informeren. 

De volledige naam, inclusief de kennelnaam, mag uit maximaal dertig letters bestaan. Spaties en leestekens worden niet meegeteld. Er wordt ook gevraagd om leestekens, cijfers of afkortingen te vermijden. De voornaam van de hond moet één woord zijn. Dit is allemaal volgens het kynologisch reglement, wat ook de registratie van rashonden regelt. 

Dit reglement weigert een naam als deze tot verwarring kan leiden met reeds geregistreerde kennelnamen. Ook titels of afkortingen mogen niet, zoals Winner, Kampioen, Champion. Je mag de hond geen naam geven die al eerder voor een andere pup uit het nest is bedacht en de Raad van Beheer kan de inschrijving van een naam ook weigeren als deze ‘naar zijn oordeel misverstand kan wekken, aanstoot kan geven, of anderszins niet aanvaardbaar is’. Je kunt hier een en ander nalezen op pagina 68 van het reglement (2020). 

Wordt het Yurre of Yda?

Ook al houd je van die traditie en geef je je hond een naam met die specifieke beginletter die past bij het geboortejaar, voor 2021 blijkt dat de letter Y, wil dat echter niet zeggen dat je niet vrij bent een eigen roepnaam voor de hond te bedenken. Misschien een idee, omdat een naam die begint met de letter Y voor een hond in eerste instantie niet zo makkelijk lijkt. Toch is er heel veel mogelijk. Denk maar eens aan Yur, Yurre of Yoke, Yosie of Yimba, Yentle of Yda. Zo’n naam wordt ingeschreven in het Nederlands hondenstamboek. 

Facebook
Twitter
Pinterest

Filteren

Laatste opmerkingen

Nieuwste artikelen