Advertentie

Adverteer in de header

in Zeeland

Zichtbaar op elke pagina — maximale bereik

€ 149/mnd

Adverteren

Alles over Honden

Informatie over hondenrassen

Woordenboek

Op Alles over hondenrassen kom je vaak woorden tegen die je wellicht nog niet kende en nooit ergens anders hebt gehoord of gelezen.

Op Alles over hondenrassen kom je vaak woorden tegen die je wellicht nog niet kende en nooit ergens anders hebt gehoord of gelezen. Dat is goed mogelijk. Op deze pagina een beknopte uitleg over de betekenis van bepaalde woorden. Heb je alsnog vragen? Neem dan gerust contact met ons op!

Advertentie

Adverteer in ons woordenboek

€ 50/mnd

Adverteren

Aalstreep

Een donkere gekleurde haarstreep van schoft tot staartaanzet.

Aftekening

Bruine, grijze, zwarte of andersgekleurde vlekken of platen aan het hoofd en op het lichaam.

Agressie

De neiging van een hond om aan te vallen of te bijten. Agressie kan verschillende vormen hebben, zoals angstagressie, dominantieagressie of territoriumagressie, en wordt in de fokkerij en het karakter beoordeeld.

Albino

Ontbreken van kleurstof (pigment). Bij de typische albino ontbreekt het pigment ook in het netvlies en het regenboogvlies van het oog en zijn neusspiegel en lippen rose.

Allure

De totaalindruk van beweging en uitstraling van een hond in de ring. Het gemak en de elegantie waarmee hij zich voortbeweegt.

Alpha dier

Het in rang hoogste dier in een roedel.

Angulatie

De hoekvorming in de voor- en achterbouw van de hond, bepaald door de hoeken tussen de botten van schouder, elleboog, heup en knie.

Apporteren

Het aanbrengen van een weggelegd of weggeworpen voorwerp. Bij de jacht het brengen van wild.

Barlip

Gespleten bovenlip, een erfelijk gebrek waarbij de bovenlip niet volledig is gesloten.

Hazenlip

Bastaard

Hond van onzuiver ras.

Beenwerk

Verzamelnaam voor de bouw en stevigheid van de ledematen, beoordeeld op rechtheid, botstructuur en spierontwikkeling.

Behang

Lang afhangend oor. Uitdrukking uit jagerskringen.

Belijning

Het silhouet van een hond. Bij de beoordeling worden vaak hals-schoft-ruglijn en de borst-buiklijn bekeken.

Biscuit

Lichtgele tot crèmekleurige haarkleur, voorkomend bij rassen als de Beagle en bepaalde spaniëls.

Blauw oog

Volledig lichtblauwe of witte iris door gebrek aan pigment. Een rasgebonden fout bij sommige rassen, standaard bij andere zoals de Siberische Husky.

Bles

Brede witte streep van de achterhoofdsknobbel tot de neus. Ogen liggen in gekleurde platen evenals de oren.

Bloedlijn

De afstammingslijn van een hond, teruggaand op bekende voorouders. Bloedlijnen worden gebruikt in de fokkerij om gewenste eigenschappen te versterken of erfelijke aandoeningen te vermijden.

Blue Merle

De ondergrond is grijs (zwart en witte haren in gemengde samenstelling) en deze ondergrond is bezaaid met zwarte platen en vlekken. Dit kleurpatroon komt bijvoorbeeld bij de Collie, Sheltie en de Corgi voor.

Borstbeen

Het voorste, onderste deel van de ribkast dat de diepte van de borst mede bepaalt.

Sternum

Bovenlijn

De contourlijn van de rug gezien van opzij, van de schoft tot aan de staartaanzet. Moet bij de meeste rassen recht of licht gewelfd zijn.

Topline

Brachycefaal

Kortschedeldig. Een bouwtype waarbij de schedel breed en kort is en de neus sterk ingedrukt, zoals bij de Mopshond en Bulldog.

Kortsnuitig

Brand

Rood tot roestbruine aftekening in een zwarte hond.

Buitenboogse beweging

Gangafwijking waarbij de voorpoten naar buiten zwaaien vanuit de elleboog in plaats van recht vooruit te bewegen.

Paddling

Buitenstand

Standfout waarbij de voeten naar buiten zijn gedraaid. Bij de meeste rassen ongewenst.

Catalogusnummer

Het aan een hond toegewezen nummer in de tentoonstellingscatalogus waaronder hij in de ring verschijnt.

Couperen

Het chirurgisch verkorten van staart of oren. Oorcouperen is in Nederland verboden sinds 1996, staartcouperen sinds 2001.

Degeneratie

Erfelijke achteruitgang van lichamelijke en karaktereigenschappen binnen een ras, als gevolg van langdurige inteelt of onverantwoorde kruisingen.

Dekreu

Een reu die officieel ingezet wordt voor de fokkerij en doorgaans is ingeschreven in een fokregister.

Diagonaalgang

De normale trotbeweging waarbij diagonaal geplaatste poten (linksachter-rechtsvoor) gelijktijdig optrekken.

DrafTrot

Diepe borst

Een borst die ver naar beneden reikt, minimaal tot aan de ellebogen. Kenmerk van rassen met groot longvolume zoals de Greyhound en Dobermann.

Domesticatie

Het proces waarbij wilde dieren over generaties heen worden getemd en aangepast aan het leven bij de mens. Bij de hond begon dit proces tienduizenden jaren geleden vanuit de wolf.

Doublure

De combinatie van bovenvacht en ondervacht. De dubbele vacht die isolatie en bescherming biedt, kenmerkend voor noordse en hoedrassen.

Dubbele vacht

Down liggen

Bij de africhting op een bepaalde plek gaan liggen en daar blijven liggen. De hond mag de plaats slechts verlaten op uitdrukkelijk bevel.

Draadhaar

Stug, gebroken vachttype met hard, draadachtig dekhaar en zachte ondervacht. Kenmerkend voor rassen als de Wire Fox Terriër en de Teckel (draadhaar).

RauhaarWirehair

Droge hals

Een hals zonder losse huid of keelhuid, strak bespannen. Gewenst bij veel werkhondenrassen.

Drooghoofdig

Kenmerk van een hoofd zonder losse huid, rimpels of keelhuid. Strak en goed aansluitend bij de schedel.

Dwerggroei

Een erfelijke aandoening waarbij de lange beenderen niet normaal uitgroeien, zoals genetisch vastgelegd bij rassen als de Teckel en Basset Hound.

Achondroplasie

Ectropion

Een open oog. Het uitzakken van het onderste ooglid. Komt veel voor bij zwaarledige rassen.

Elleboogstand

De positie van de ellebogen ten opzichte van de romp. Ellebogen dienen recht naast de borst te liggen, niet naar buiten (los) of naar binnen (gekruist) te staan.

Entropion

Het naar binnen krullen van één of beide oogleden. Deze afwijking wordt als erfelijk beschouwd.

Fokverbod

Officiële maatregel van de Raad van Beheer of een rasvereniging waarbij een hond uitgesloten wordt van de fokkerij vanwege erfelijke gebreken.

Franje

De lange haren aan de oren, zoals bijvoorbeeld bij de Cockers.

Gait

Engelse term gangbaar in de Nederlandse kynologie voor de bewegingswijze van de hond. Omvat stap, draf en galop.

Gebitsformule

De beschrijving van het aantal en type tanden (snijtanden, hoektanden, premolaren, molaren) conform de tandformule van het ras.

Gestroomd

Een effen grondkleur met regelmatige rijen van donkere (bijna zwarte of geheel zwarte) haren. Bij verwaterde stroming is de tekening onvoldoende scherp begrensd.

Brindle

Getijgerd

Brindle-tekening waarbij donkere strepen op een lichtere grondkleur voorkomen, vergelijkbaar met tijgerstrepen. Dit vachtpatroon komt voor bij Teckels en andere rassen. Niet te verwarren met dapple (merle), dat een heel ander vlekkenpatroon is.

Brindle

Grauwe staar

Vertroebeling van de ooglenzen.

Cataract

Groene staar

Verhoging van de oogdruk.

Glaucoom

Grondkleur

De basiskleur van de vacht waarop aftekeningen of patronen zichtbaar zijn.

Haarwervels

Wervels in de vacht waarbij het haar in een cirkelpatroon groeit. Bij sommige rassen rasgebonden, bij andere een fout.

Halsaanzet

De plek waar de hals overgaat in de romp en de schoft. Een vloeiende halsaanzet is bij de meeste rassen gewenst.

Hazenvoet

Een langwerpige, smalle voet met gesloten, gewelfde tenen. Kenmerkend voor windhonden, in tegenstelling tot de kattenvoet.

Heupdysplasie

Een erfelijke aandoening waarbij de heupkop niet goed in de heupkom past, waardoor slijtage, pijn en kreupelheid ontstaan. Een van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen bij middelgrote en grote honden. Wordt opgespoord via röntgenfoto's en beoordeeld op een internationale schaal (A t/m E).

HD

Hubertusklauw

Soms voorkomende vijfde teen aan de achtervoeten.

WolfsklauwDewclaw

Inteelt

Paring van verwanten zoals broer en zuster, vader met dochter en moeder met zoon.

Karakter

Eigenschappen die de individuen van een ras gemeen hebben. Het zijn temperament, leergierigheid, moed, uithoudingsvermogen, bijzondere aanhankelijkheid, enz.

Karperrug

Een sterk gewelfde rug, die meestal als fout wordt beoordeeld.

Roach back

Kattenvoet

Ronde, compacte voet met dicht op elkaar staande, gewelfde tenen. Gewenst bij trek- en werkhonden voor uithoudingsvermogen.

Keelhuid

Losse huidplooien in de keelstreek.

Wammen

Keurmeester

Bevoegd persoon om een ras te keuren.

Knopoor

Een hoog aangezet driehoekig oor, dat zo naar beneden valt dat de gehooringang is afgesloten.

Button ear

Korthaar

Zeer kort glad aanliggend dekhaar, zonder of met weinig wol.

Gladhaar

Kroeshaar

Het haar is gedraaid, zodat bij langere haren vervilting ontstaat. Zoals bij de Poedel.

Krulhaar

Kruising

Paring van honden van twee verschillende rassen. Het resultaat wordt een kruising of bastaard genoemd. Kruisingen worden soms bewust ingezet om eigenschappen van twee rassen te combineren, zoals bij de Labradoodle.

Kryptorchisme

Het ontbreken van beide testikels in de balzak.

Kwalificatie

De officiële beoordeling die een hond op een tentoonstelling ontvangt: Uitmuntend, Zeer Goed, Goed, Voldoende of Onvoldoende. Alleen honden met de kwalificatie 'Uitmuntend' komen in aanmerking voor een kampioenstitel.

L.O.S.H.

Livre d'Origine de St. Hubert (Belgisch hondenstamboek).

Langhaar

Zacht, lang dekhaar met een goede ondervacht, zonder onderwol of dun en zijdig.

Lefzen

De afhangende lippen van de bovenkaak. Ze worden flink genoemd wanneer ze zoals bij de Boxer diep afhangen en droog, wanneer zij zoals bij de Bull Terriër vast aanliggen.

Letaalfactor

Een erfelijkheidsfactor die bij homozygoot voorkomen de dood van de nakomeling veroorzaakt. Subletale factoren kunnen zware misvormingen tot gevolg hebben.

Leverkleur

Een warm chocoladebruin pigment in vacht en neus, het gevolg van een recessieve genvariant die zwart pigment vervangt.

Lynxoog

Lichtgele tot bijna witte oogkleur. Bij de meeste rassen een fout, maar bij de Weimaraner een karakteristiek kenmerk.

Mantelkleur

Een donkere, sadelachtige kleurafzetting over de rug en schouders tegen een lichtere basiskleur, zoals bij de Duitse Herder.

Zadeltekening

Masker

Scherp afgetekende donkere vlek in het gezicht.

Middelhand

Het deel van de voorpoot tussen de carpaalbeenderen (pols) en de teenbeenderen. De hellingshoek bepaalt mede de veerkracht van de beweging.

Mond

Jachthondterm voor de eigenschap om geschoten wild zacht op te pakken en terug te brengen zonder het te drukken of te beschadigen. Een hond met een goede mond levert zijn prooi onbeschadigd af bij de jager.

Monorchisme

Het aangeboren ontbreken van één der testikels, oftewel éénzijdig kryptorchisme.

N.H.S.B.

Nederlands Honden Stamboek.

Neklijn

De overgang en contourlijn van de schedel naar de hals en van de hals naar de schoft. Beoordeeld op lengte, aanzet en elegantie.

Neusspiegel

Onbehaarde voorzijde van de neus, waarin de neusgaten liggen.

Ondervacht

De hond heeft over het algemeen een dubbele vacht. Het onderhaar is meestal wollig, dicht ingeplant, vettig en zacht.

Ondervoorbijten

De tanden van de onderkaak steken voor die van de bovenkaak uit.

Ooraanzet

De plek op de schedel waar de oren zijn ingeplant. Kan hoog, laag of zijdelings geplaatst zijn, afhankelijk van de rasstandaard.

Opgetrokken buik

Een buiklijn die sterk naar boven oploopt van de borst richting de liezen. Kenmerkend voor slanke, atletische rassen zoals de Windhond en Dobermann. Een te sterk opgetrokken buik kan ook wijzen op ondergewicht.

Otterstaart

Rolronde dicht en zeer vast behaarde middellange staart. Bij het lichaam breed en in een punt eindigend.

Otter tail

Overbouwd

Kruis ligt hoger dan de schoft.

Pareloog

Een gedeeltelijk of volledig blauw-wit oog door gebrek aan pigment in de iris. Bij bepaalde merle-gekleurde rassen aanwezig.

GlasoogWall eye

Pasgang

Een looppatroon waarbij de ledematen aan dezelfde lichaamshelft gelijktijdig bewegen. Bij honden een teken van vermoeidheid of slechte angulatie.

Pacing

Pigment

De kleurstof die verantwoordelijk is voor de kleur van vacht, huid, neus, ogen en slijmvliezen. Voldoende pigmentatie in neus, lippen en oogleden is bij de meeste rassen vereist in de rasstandaard. Ontbreekt dit, dan spreekt men van een vleesneus of bleke neus.

Raad van beheer

Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

Reu

Hond van het mannelijk geslacht.

Ribbewelving

De mate van ronding van de ribben. Te platte (slab-sided) of te tonvormige ribben zijn beide rasfouten.

Ring

Afgebakende ruimte op een tentoonstelling waarin de honden worden gekeurd.

Romp

Het centrale deel van het lichaam tussen voor- en achterhand, bestaande uit borst, buik, rug en lendenen.

Romplengte

De afstand van de voorzijde van de borst (prosternum) tot aan de achterzijde van de billen. De verhouding tot de schofthoogte bepaalt het lichaamsformaat.

Rozenoor

Naar achter gevouwen oor. Zoals bij de Engelse Bulldog, Greyhound en Whippet.

Rose ear

Ruwhaar

Hard en ruw aanvoelend, kort of middellang dekhaar dat naar verschillende kanten staat.

Schaargebit

De snijtanden van de bovenkaak zijn iets voor die van de onderkaak geplaatst en hebben daardoor een snijdende werking.

Scissors bite

Schedelgroef

De lengtegleuf of -groeve over de bovenkant van de schedel. Bij sommige rassen een rasgebonden kenmerk.

Scherpte

Een in het karakter verankerde agressiviteit die een hond alert en aanvalsbereid maakt. Scherpte is gewenst bij bepaalde waak- en diensthonden, maar moet altijd gepaard gaan met gehoorzaamheid en beheersbaarheid.

Schoft

Wordt gevormd door de doornuitsteeksels van de wervels die tussen de schouderbladen liggen.

Withers

Schofthoogte

Afstand van het hoogste punt van de schoft tot de bodem.

Stokhoogte

Snipey

Engelse term voor een te spitse snuit.

Staand oor

Rechtopstaand oor dat niet afhangend of gevouwen is. Bij sommige rassen, zoals de Duitse Herdershond, staan de oren pas volledig rechtop nadat de pup circa zes maanden oud is.

PriksoorErect ear

Standaard

Opsomming van alle kenmerken van een ras.

Stokhaar

Het oorspronkelijke haar dat uit dichte ondervacht met middellange dekharen bestaat zoals bij de Duitse Herdershond.

Stop

Overgang van de schedel naar voorsnuit.

Strain

Engelse benaming voor stam (bloedlijn).

StamBloedlijn

Tan

Geel tot roestbruine kleur.

Tanggebit

De snijtanden vallen precies op elkaar.

Level bite

Teef

Hond van het vrouwelijk geslacht.

Tulpoor

De staande en aan de tippen afgeronde oren.

Tulip ear

Vachtstructuur

De algehele bouw en textuur van de vacht, inclusief over- en ondervacht, haarlengte en -hardheid. Een essentieel onderdeel van de rasstandaard.

Vang

Voorsnuit, term die vooral wordt gebruikt bij de jachthonden.

Vieräugler

Honden met een lichte vlek boven ieder oog.

Vleermuisoor

Grote, straffe, hoog opgerichte oorlap met afgeronde punt.

Bat ear

Vleesneus

Een neus met roze of vleesgekleurd pigment in plaats van het voor het ras vereiste zwart of donker. Bij de meeste rassen een fout.

Dudley nose

Voorboogse beweging

Gangafwijking waarbij de voorpoten naar buiten zwaaien. Wijst op losse ellebogen of brede borst.

Wangbeenderen

De beenderen aan de zijkanten van de schedel. Hun breedte en prominentie bepalen mede het rastype van de kop.

Jukbeenderen

Werkbereidheid

De intrinsieke motivatie van een werkhond om taken uit te voeren. Beoordeeld bij aanlegproeven en selectietests.

WerklustDrive

Cookies

We gebruiken cookies om bezoek te meten en de site te verbeteren. Lees meer in ons cookiebeleid.