Populair: de labradoodle

Pexels Photo 4592868

Je ziet ze overal opduiken, labradoodles. De bruine en zwarte honden krijgen in veel gezinnen een plaats. Waarom deze hond zo populair is, lees je hier. 

De labradoodle is een kruising tussen een labrador retriever en een poedel. De hond werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw in Australië voor het eerst gefokt. Er bestaat ook een Australian labradoodle. Dat is een kruising labradoodle met meerdere rassen. Deze laatste is absoluut een hond die niet verhaart en daarom geschikt voor mensen met een allergie. Bij de aanschaf van een ‘gewone’ labradoodle is het daarom goed om naar de bloedlijn te kijken wie zijn of haar voorouders zijn, om teleurstelling te voorkomen als het om de vacht gaat.

Dat de hond niet of nauwelijks verhaart is en daarmee allergie- en astmavriendelijk is, is voor veel mensen een reden om voor de labradoodle te kiezen. Hij wordt daarom ook wel de hypoallergene hond genoemd. Maar niet veel mensen zullen weten dat het hier vooral om die Australische labradoodle gaat. Daar zijn strenge fokeisen voor en ze zijn dan ook duurder in aanschaf dan de standaard labradoodle.

De vacht

De vacht is dus duidelijk een van de belangrijkste kenmerken. De labradoodle heeft geen ondervacht. De hond heeft daardoor een zachte, niet of nauwelijks verharende vacht. De vacht van de gewone labradoodle verhaart eigenlijk wel, maar de haren blijven in de vacht zitten. Dat is de reden waarom de hond wekelijks geborsteld moet worden en af en toe moet worden geknipt om klitten te voorkomen. Het voordeel blijft dat er nauwelijks haren van de hond in huis te vinden zijn.

Er is echter niet één vacht die is toe te schrijven aan de labradoodle. Er zijn variaties. Zo kan de vacht curly zijn, fleece of curly fleece. Het verschil zit in de dikte, structuur en dichtheid ervan. Bij de curly en curly fleece zijn er meer krullen te zien. De fleecevacht heeft meer een ‘slag’. Alle vachten zijn geschikt voor mensen met een allergie, maar bij bepaalde vormen van astma of bij allergie voor huisstofmijt is de keuze voor een hond met een fleecevacht aan te raden.

De Australian labradoodle heeft een vacht waarvan de haren zo dicht op elkaar zitten dat er vrijwel geen plek is voor huidschilfers. Daarom verhaart de hond niet. Je ruikt de vacht ook niet en de hond heeft ook minder snel last van vlooien.

Karakter

Behalve voor de vacht wordt de labradoodle ook gekozen om zijn vriendelijke en intelligente karakter. Alles valt en staat natuurlijk met een goede en consequentie opvoeding, maar over het algemeen zijn het echte gezinshonden die graag werken voor de baas en verder eigenlijk heel rustig zijn. Omdat ze ook emoties goed aanvoelen worden ze inmiddels ook ingezet als hulphond. Vanwege hun intelligentie en leergierigheid doen ze al wat langer dienst als blindengeleidehond.

Grootte

De hond is er in meerdere groottes. De kleinste is tussen de 35 en 42 centimeter (7 tot 13 kg), de middelste is tussen de 43 en 52 centimeter (13 tot 20 kg) en de grootste, eigenlijk de standaard, is tussen de 53 en 63 centimeter (23 tot 30 kg).

Beweging

Iedere hond heeft voldoende beweging nodig, ook de labradoodle. Hij houdt ervan een flink eind te wandelen en is een liefhebber van spelletjes. Het is ook een echte speurhond. Als afgezant van de labrador is de labradoodle gek op water. Houd daar goed rekening mee als je in de buurt van water bent, want hij springt er zomaar in. Het voordeel van de labradoodle is dan wel dat zijn vacht na even spoelen zo weer schoon is.

Facebook
Twitter
Pinterest

Filteren

Laatste opmerkingen

Nieuwste artikelen