Gedilateerde cardiomyopathie
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM) is een hartspierziekte waarbij het hart vergroot en verzwakt raakt, waardoor het bloed niet meer efficiënt kan rondpompen. De aandoening komt vooral voor bij grote hondenrassen.

Advertentie
Adverteer hier
in Zeeland€ 50/mnd
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM) is een ernstige hartaandoening waarbij de hartspier verzwakt en de hartkamers verwijden. Het hart kan daardoor niet meer effectief bloed rondpompen, wat uiteindelijk leidt tot hartfalen. DCM is een van de meest voorkomende hartaandoeningen bij grote hondenrassen.
Wat is gedilateerde cardiomyopathie?
Bij gedilateerde cardiomyopathie (DCM) worden de wanden van het hart dunner en verliezen ze hun kracht. De hartkamers, met name de linker hartkamer, vergroten (dilateren) om te compenseren voor de verminderde pompkracht. Op den duur kan het hart het bloed niet meer voldoende rondpompen, wat leidt tot congestief hartfalen. Vloeistof hoopt zich op in de longen (longoedeem) of in de buikholte (ascites), met ernstige gevolgen voor de gezondheid van de hond.
DCM is naast klepziekte de meest voorkomende hartaandoening bij honden en is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de gevallen van hartfalen.
Oorzaken van gedilateerde cardiomyopathie
De exacte oorzaak van DCM is in veel gevallen onbekend (idiopathisch), maar verschillende factoren spelen een rol:
- Genetische aanleg: DCM heeft bij veel rassen een erfelijke component. Rassen met een verhoogd risico zijn onder andere de Deense Dog, Dobermann, Boxer, Ierse Wolfshond, Newfoundlander, Sint-Bernard en Engelse Cocker Spaniel.
- Voedingstekorten: een tekort aan taurine of L-carnitine kan DCM veroorzaken of verergeren. Dit is vooral gezien bij bepaalde rassen zoals de Golden Retriever en Cocker Spaniel.
- Graanvrij voer: recent onderzoek heeft een verband aangetoond tussen graanvrije diëten (met hoge percentages peulvruchten of aardappelen) en het ontwikkelen van DCM, mogelijk door een effect op de taurine-opname.
- Infecties: bepaalde virale infecties (zoals parvovirus) kunnen de hartspier beschadigen.
- Toxinen: blootstelling aan bepaalde giftige stoffen kan het hart beschadigen.
- Hypothyreoïdie: een te traag werkende schildklier kan bijdragen aan de ontwikkeling van DCM.
De ziekte komt het vaakst voor bij middelgrote tot grote rassen en manifesteert zich doorgaans op een leeftijd van 4 tot 10 jaar. Reuen worden vaker getroffen dan teven.
Symptomen van gedilateerde cardiomyopathie
In de vroege stadia vertoont de hond vaak geen symptomen (subklinische fase). De ziekte kan maanden tot jaren sluimerend aanwezig zijn voordat symptomen optreden. Wanneer de hartfunctie voldoende is afgenomen, verschijnen de volgende klachten:
- Snelle vermoeidheid en verminderd uithoudingsvermogen
- Hoesten, vooral 's nachts of na inspanning
- Versnelde of bemoeilijkte ademhaling
- Lethargie en verminderde activiteit
- Gewichtsverlies en spierverlies
- Opgezette buik (door vochtophoping)
- Flauwvallen (syncope), met name na inspanning of opwinding
- Onregelmatige hartslag (hartritmestoornissen)
- Verminderde eetlust
Bij sommige rassen, zoals de Dobermann, kan plotselinge dood het eerste teken van DCM zijn, veroorzaakt door een fatale hartritmestoornis.
Diagnose van gedilateerde cardiomyopathie
De diagnose wordt gesteld door de dierenarts, bij voorkeur een veterinair cardioloog:
- Auscultatie: bij het beluisteren van het hart kunnen hartruis, een onregelmatige hartslag of gedempte harttonen worden gehoord.
- Echocardiografie (hartecho): dit is het belangrijkste diagnostische onderzoek. Het toont de vergrote hartkamers, de verdunde hartwanden en de verminderde contractiekracht (fractional shortening).
- ECG (elektrocardiogram): om hartritmestoornissen vast te stellen, die vaak voorkomen bij DCM.
- Holtermonitoring: een 24-uurs hartritmeregistratie, bijzonder nuttig bij rassen zoals de Dobermann om vroege ritmestoornissen op te sporen.
- Thoraxröntgen: toont een vergroot hartsilhouet en eventueel longoedeem.
- Bloedonderzoek: inclusief schildklierfunctie, taurinespiegels en cardiale biomarkers (proBNP, troponine).
Behandeling van gedilateerde cardiomyopathie
DCM is niet te genezen, maar de symptomen kunnen worden behandeld en de progressie kan worden vertraagd:
- Pimobendan: dit medicijn verbetert de pompkracht van het hart en verwijdt de bloedvaten. Het is de hoeksteen van de DCM-behandeling en kan ook in de subklinische fase al worden voorgeschreven.
- ACE-remmers: zoals benazepril of enalapril, verlagen de werkbelasting van het hart.
- Diuretica: zoals furosemide, helpen overtollig vocht af te voeren bij hartfalen.
- Anti-aritmica: medicijnen zoals sotalol of mexiletine worden voorgeschreven bij hartritmestoornissen.
- Taurine- en L-carnitinesuppletie: bij honden met aangetoonde tekorten kan suppletie de hartfunctie verbeteren.
- Dieetaanpassing: natriumbeperkt voer en indien nodig overschakelen van graanvrij voer naar een dieet met granen.
- Rustbeperking: matige, regelmatige beweging wordt aanbevolen, maar zware inspanning moet worden vermeden.
De prognose varieert sterk per ras. Bij de Dobermann is de prognose vaak ongunstig met een gemiddelde overleving van enkele maanden na het optreden van hartfalen. Bij andere rassen kan de overleving met behandeling 6 maanden tot 2 jaar bedragen.
Preventie van gedilateerde cardiomyopathie
Omdat DCM grotendeels genetisch bepaald is, ligt de nadruk op verantwoord fokken en vroege opsporing:
- Laat fokdieren screenen met echocardiografie en Holtermonitoring voordat ermee wordt gefokt.
- Voer uw hond een volledig en gebalanceerd dieet van een betrouwbaar merk. Wees voorzichtig met graanvrije diëten.
- Laat risicorasen jaarlijks cardiologisch screenen.
- Laat bij risicorasen een taurine- en carnitinespiegel bepalen als onderdeel van de controle.
- Reageer direct op symptomen zoals hoesten, snel vermoeid raken of flauwvallen.