Staar
Cataract (staar) bij honden is een vertroebeling van de ooglens waardoor het zicht vermindert of verloren gaat. Chirurgische verwijdering van de vertroebelde lens is de enige effectieve behandeling.

Advertentie
Adverteer hier
in Zeeland€ 50/mnd
Cataract, in het Nederlands ook staar genoemd, is een van de meest voorkomende oorzaken van blindheid bij honden. De normaal heldere ooglens wordt troebel, waardoor het licht het netvlies niet meer goed bereikt. Met een operatie kan het zicht in veel gevallen worden hersteld.
Wat is cataract bij honden?
Cataract is een vertroebeling van de lens in het oog. De lens is een doorzichtige, flexibele structuur achter de iris (het gekleurde deel van het oog) die licht bundelt op het netvlies, waar het beeld wordt gevormd. Bij cataract worden de eiwitten in de lens beschadigd en klonteren samen, waardoor de lens troebel wordt. Afhankelijk van de grootte en locatie van de vertroebeling kan het zicht licht tot volledig worden belemmerd.
Het is belangrijk om cataract te onderscheiden van nucleaire sclerose, een normale verouderingsverandering van de lens die ook een blauwachtige waas in het oog veroorzaakt. Bij nucleaire sclerose blijft het zicht grotendeels intact, terwijl cataract het zicht daadwerkelijk beïnvloedt.
Oorzaken van cataract
Erfelijk (hereditair): De meeste gevallen van cataract bij honden zijn erfelijk bepaald. Meer dan 100 hondenrassen zijn bekend met erfelijke cataract, waaronder de Labrador Retriever, Golden Retriever, Cocker Spaniël, Poedel, Siberische Husky, Boston Terrier en Bichon Frisé. De leeftijd waarop erfelijke cataract zich ontwikkelt, varieert per ras.
Diabetes mellitus: Diabetes is een van de belangrijkste niet-erfelijke oorzaken van cataract bij honden. Door de hoge bloedsuikerspiegel wordt sorbitol in de lens opgehoopt, wat water aantrekt en de lensstructuur verstoort. Diabetische cataract ontwikkelt zich vaak snel, soms binnen dagen tot weken, en treft beide ogen.
Leeftijdsgerelateerd: Net als bij mensen kan cataract bij oudere honden ontstaan als onderdeel van het verouderingsproces.
Trauma: Verwonding aan het oog, bijvoorbeeld door een krab of een penetrerend voorwerp, kan cataract veroorzaken in het getroffen oog.
Overige oorzaken: Chronische uveïtis (ontsteking in het oog), voedingsdeficiënties bij puppy's, blootstelling aan straling, en toxische stoffen kunnen eveneens tot cataract leiden.
Symptomen van cataract
De symptomen van cataract hangen af van het stadium:
Beginnend cataract (incipient): Een klein deel van de lens is troebel. Het zicht is nauwelijks aangetast en het wordt vaak bij toeval ontdekt tijdens een oogonderzoek.
Onrijp cataract (immature): Een groter deel van de lens is aangetast. Het zicht begint te verminderen. Een witte of blauwachtige waas wordt zichtbaar in de pupil.
Rijp cataract (mature): De gehele lens is troebel. Het oog kan geen beelden meer vormen en de hond is functioneel blind aan dat oog. De pupil ziet er volledig wit uit.
Overrijp cataract (hypermature): De lens begint te krimpen en op te lossen. Dit kan ontsteking (lens-geïnduceerde uveïtis) veroorzaken, wat pijnlijk is en kan leiden tot complicaties als glaucoom.
Gedragsveranderingen: Honden met afnemend zicht kunnen tegen meubels aanlopen, moeite hebben met trappen, schrikachtig worden, of onwillig zijn om in onbekende omgevingen te lopen. Veel honden compenseren indrukwekkend goed met hun andere zintuigen, waardoor eigenaren het zichtverlies pas laat opmerken.
Diagnose
Oogonderzoek: De dierenarts of veterinair oogarts onderzoekt het oog met een oogspiegel (oftalmoscoop) en een spleetlamp. De spleetlamp geeft een vergrote, driedimensionale weergave van de lens en kan de exacte locatie en omvang van de vertroebeling vaststellen.
Onderscheid met nucleaire sclerose: De dierenarts zal cataract onderscheiden van nucleaire sclerose. Bij nucleaire sclerose is de fundusreflex (de reflectie van licht op het netvlies) nog zichtbaar; bij rijp cataract niet.
Echografie van het oog: Wanneer de lens te troebel is om het netvlies te kunnen beoordelen, wordt een echografie gebruikt om te controleren of het netvlies nog intact is. Dit is cruciaal voordat chirurgie wordt overwogen — een loslating van het netvlies maakt een operatie zinloos.
Elektroretinogram (ERG): Deze test meet de elektrische activiteit van het netvlies en bevestigt dat het netvlies nog functioneert. Een ERG wordt altijd uitgevoerd vóór cataractchirurgie.
Behandeling
Chirurgie (faco-emulsificatie): Dit is de enige effectieve behandeling voor cataract. De procedure is vergelijkbaar met cataractchirurgie bij mensen: de vertroebelde lens wordt met ultrageluidstrillingen (faco-emulsificatie) in kleine stukjes gebroken en uit het oog gezogen. In de meeste gevallen wordt een kunstlens (intraoculaire lens, IOL) geplaatst. De operatie wordt uitgevoerd door een veterinair oogarts onder algehele narcose.
Succespercentage: Bij geschikte kandidaten is het succespercentage van cataractchirurgie bij honden 85-95%. De meeste honden herwinnen functioneel zicht. Honden zonder kunstlens zijn verziend maar kunnen zich goed redden.
Niet-chirurgisch: Er bestaan geen oogdruppels of medicijnen die cataract kunnen genezen of de voortgang ervan kunnen stoppen. Oogdruppels met ontstekingsremmers worden wel voorgeschreven om lens-geïnduceerde uveïtis te behandelen en complicaties te voorkomen bij honden die niet worden geopereerd.
Postoperatieve zorg: Na de operatie zijn meerdere soorten oogdruppels nodig gedurende weken tot maanden. De hond moet een kraag dragen en rustig worden gehouden. Regelmatige controles zijn essentieel om complicaties vroegtijdig op te sporen.
Preventie
Verantwoord fokken: Honden met erfelijke cataract zouden niet voor de fok moeten worden gebruikt. Jaarlijks oogonderzoek door een gecertificeerd veterinair oogarts is een verantwoorde fokvoorwaarde voor rassen met bekende erfelijke oogaandoeningen.
Diabetesmanagement: Goede regulatie van diabetes mellitus kan de ontwikkeling van diabetisch cataract vertragen. Snelle diagnose en behandeling van diabetes zijn belangrijk.
Bescherming tegen trauma: Bescherm de ogen van je hond bij activiteiten met risico op oogletsel, bijvoorbeeld in dicht struikgewas.
Regelmatige oogcontroles: Laat de ogen van je hond regelmatig controleren, vooral bij rassen met een verhoogd risico. Vroege detectie maakt tijdige verwijzing naar een oogarts mogelijk.