Advertentie

Adverteer in de header

in Zeeland

Zichtbaar op elke pagina — maximale bereik

€ 149/mnd

Adverteren

Alles over Honden

Informatie over hondenrassen

Giardia

Mild

Giardia is een parasitaire darminfectie bij honden veroorzaakt door het eencellige organisme Giardia duodenalis. Het leidt tot waterige diarree en kan vooral bij puppy's en honden met een zwak immuunsysteem ernstig verlopen.

Ernst

Mild

Voorkombaar

Ja

Categorie

Parasieten

Advertentie

Adverteer hier

in Zeeland

€ 50/mnd

Adverteren

Giardia is een veelvoorkomende darmparasiet bij honden die waterige, soms slijmerige diarree veroorzaakt. De infectie is bijzonder besmettelijk en kan ook overgaan op mensen. Met de juiste behandeling en hygiënemaatregelen is giardia goed te bestrijden.

Wat is giardia?

Giardia is een infectie veroorzaakt door Giardia duodenalis (ook bekend als Giardia lamblia of Giardia intestinalis), een microscopisch klein eencellig parasitair organisme (protozoa). De parasiet nestelt zich in de dunne darm van de hond, waar hij zich hecht aan de darmwand en de opname van voedingsstoffen verstoort.

Giardia komt wereldwijd voor en is een van de meest voorkomende darmparasieten bij honden. Puppy's, honden in kennels of asiels, en honden met een verzwakt immuunsysteem lopen het meeste risico op een symptomatische infectie. Veel volwassen honden kunnen drager zijn van de parasiet zonder zelf klachten te vertonen.

Oorzaken en besmettingsroute

Giardia kent een levenscyclus met twee vormen:

Trofozoïeten: Dit is de actieve, beweeglijke vorm die in de darm leeft, zich vermenigvuldigt en de darmwand beschadigt.

Cysten: Dit is de inactieve, beschermde vorm die via de ontlasting wordt uitgescheiden. Cysten zijn extreem resistent en kunnen weken tot maanden overleven in een vochtige omgeving, met name in water en op koele, vochtige bodems.

Een hond raakt besmet door het inslikken van Giardia-cysten. Dit kan op verschillende manieren gebeuren:

Besmet water: Het drinken van water uit plassen, sloten, vijvers of andere stilstaande wateroverlaten waar besmette dieren hun ontlasting hebben achtergelaten, is de meest voorkomende besmettingsroute.

Besmette omgeving: Snuffelen aan of likken van oppervlakken die besmet zijn met cysten, zoals gras, aarde of vloeren in kennels.

Direct contact: Contact met de ontlasting van een besmet dier, of het likken van de vacht van een besmet dier waarop cysten zitten.

Coprofagie: Het eten van ontlasting van besmette dieren.

Symptomen van giardia

De symptomen van giardia variëren van geen klachten tot ernstige diarree:

Waterige of zachte diarree: Dit is het meest kenmerkende symptoom. De ontlasting is vaak lichtgekleurd, waterig en kan een bijzonder onaangename geur hebben. De diarree kan intermitterend zijn — een paar dagen aanwezig, dan weer verdwijnen, en terugkomen.

Slijm en vet in de ontlasting: De ontlasting kan slijmerig zijn en een vettige glans hebben (steatorroe), wat wijst op verminderde vetabsorptie.

Buikkrampen en winderigheid: Honden kunnen tekenen vertonen van buikpijn en overmatige gasvorming.

Gewichtsverlies: Door de verminderde opname van voedingsstoffen kunnen honden, met name puppy's, gewicht verliezen of onvoldoende groeien.

Verminderde eetlust: Sommige honden eten minder door het ongemak.

Uitdroging: Bij ernstige of langdurige diarree, vooral bij puppy's, kan uitdroging optreden.

Asymptomatisch dragerschap: Veel volwassen honden met een goed functionerend immuunsysteem dragen de parasiet zonder zichtbare klachten, maar scheiden wel cysten uit en kunnen zo andere dieren (en potentieel mensen) besmetten.

Diagnose

De diagnose van giardia kan uitdagend zijn omdat cysten niet in elke ontlastingsmonster aanwezig zijn:

Fecale ELISA-test (SNAP-test): Dit is de meest gebruikte en betrouwbare test in de praktijk. De test detecteert Giardia-antigenen in de ontlasting en is snel uit te voeren (binnen minuten). Een positief resultaat bevestigt de aanwezigheid van de parasiet.

Microscopisch onderzoek: Directe microscopie van verse ontlasting kan beweeglijke trofozoïeten aantonen. Een flotatie-methode (met zinksulfaat) kan cysten concentreren en zichtbaar maken. Omdat cysten intermitterend worden uitgescheiden, wordt aanbevolen om monsters van drie opeenvolgende dagen te onderzoeken.

PCR-test: Deze moleculaire test is zeer gevoelig en specifiek en kan ook het genotype van Giardia vaststellen. Dit is met name nuttig voor epidemiologisch onderzoek.

Behandeling

Fenbendazol (Panacur): Dit ontwormingsmiddel wordt vaak als eerstekeusmedicijn gebruikt. Het wordt doorgaans vijf tot zeven dagen achtereen toegediend en is veilig voor puppy's en drachtige teven.

Metronidazol (Flagyl): Dit antibioticum met antiprotozoaire werking wordt als alternatief of in combinatie met fenbendazol voorgeschreven. Bijwerkingen kunnen misselijkheid en verminderde eetlust zijn. Bij hoge doseringen of langdurig gebruik kunnen neurologische bijwerkingen optreden.

Combinatietherapie: In hardnekkige gevallen kan een combinatie van fenbendazol en metronidazol effectiever zijn dan elk middel afzonderlijk.

Hygiënemaatregelen: Behandeling met medicijnen alleen is onvoldoende als de omgeving besmet blijft. Essentiële maatregelen zijn: was de hond grondig (vooral het achterste) op de eerste en laatste dag van de behandeling om cysten uit de vacht te verwijderen. Reinig alle slaapplaatsen, dekens en speelgoed op hoge temperatuur (minimaal 60°C). Desinfecteer harde oppervlakken met een oplossing van quaternaire ammoniumverbindingen. Verwijder ontlasting direct en grondig uit de tuin.

Controle na behandeling: Twee tot vier weken na afloop van de behandeling wordt een controletest aanbevolen om te bevestigen dat de infectie is opgelost.

Preventie

Schoon drinkwater: Voorkom dat je hond uit stilstaand water drinkt. Neem op wandelingen schoon drinkwater mee.

Hygiëne: Ruim ontlasting direct op, zowel in de tuin als op de uitlaatroute. Was je handen na het opruimen van ontlasting.

Omgevingshygiëne: Houd de leefomgeving van je hond schoon en droog. Giardia-cysten gedijen in een vochtige omgeving.

Regelmatige ontworming: Hoewel standaard ontwormingsmiddelen niet altijd effectief zijn tegen giardia, kan regelmatig ontwormen met fenbendazol het risico op besmetting verminderen.

Zoönotisch risico: Giardia bij honden betreft meestal de genotypen C en D, die nauwelijks zoönotisch zijn en vrijwel niet overgaan op mensen. Zoönotische genotypen (A en B) zijn zeldzamer bij honden. Het overdrachtsrisico van hond op mens is daarmee bij de meeste hondenbesmettingen zeer beperkt, al blijft goede hygiëne aan te raden. Was altijd je handen na contact met een besmette hond en na het opruimen van ontlasting. Mensen met een verzwakt immuunsysteem moeten extra voorzichtig zijn.

Cookies

We gebruiken cookies om bezoek te meten en de site te verbeteren. Lees meer in ons cookiebeleid.