Mastceltumor
Mastceltumoren zijn de meest voorkomende huidtumoren bij honden. De ernst varieert sterk: van goed behandelbare laaggradig tumoren tot agressieve hooggradig varianten die snel uitzaaien.

Advertentie
Adverteer hier
in Zeeland€ 50/mnd
Mastceltumoren (MCT) zijn de meest voorkomende kwaadaardige huidtumoren bij honden. Ze ontstaan uit mestcellen, een type immuuncel dat normaal een rol speelt bij allergische reacties en ontstekingsprocessen. Het gedrag van deze tumoren kan sterk variëren, van goedaardig tot zeer agressief.
Wat zijn mastceltumoren?
Mestcellen (mastcellen) zijn onderdeel van het immuunsysteem en bevinden zich in de huid en andere weefsels. Ze bevatten granules gevuld met histamine, heparine en andere ontstekingsmediatoren. Wanneer mestcellen kwaadaardig worden, ontstaat een mastceltumor.
Mastceltumoren worden geclassificeerd in verschillende graden op basis van hun microscopische kenmerken:
Laaggradig (graad I volgens Patnaik, of laaggradig volgens Kiupel): Goed gedifferentieerde tumoren die zich doorgaans lokaal gedragen en zelden uitzaaien. De prognose is uitstekend na chirurgische verwijdering.
Intermediair (graad II volgens Patnaik): De meest voorkomende graad. Het gedrag kan variëren van goedaardig tot agressief, wat de behandelkeuze complex maakt.
Hooggradig (graad III volgens Patnaik, of hooggradig volgens Kiupel): Slecht gedifferentieerde, agressieve tumoren met een hoog risico op uitzaaiing en een slechte prognose.
Oorzaken van mastceltumoren
Genetische aanleg: Bepaalde rassen hebben een duidelijk verhoogd risico. De Boxer, Mopshond, Boston Terriër, Labrador Retriever, Golden Retriever, Shar-Pei en Staffordshire Bull Terriër worden het vaakst getroffen. Interessant is dat Boxers en Mopshonden vaker laaggradige tumoren ontwikkelen met een betere prognose.
KIT-mutatie: Bij veel mastceltumoren is er een mutatie in het c-KIT gen, dat codeert voor een groeifactorreceptor. Deze mutatie leidt tot ongecontroleerde celgroei en is een belangrijk doelwit voor gerichte therapie.
Leeftijd: Mastceltumoren komen het vaakst voor bij oudere honden (gemiddeld 8 tot 9 jaar), maar kunnen op elke leeftijd optreden.
Overige factoren: De exacte trigger voor het ontstaan is niet altijd duidelijk. Chronische huidirritatie kan een rol spelen.
Symptomen van mastceltumoren
Huidknobbeltje: Het meest voorkomende verschijnsel is een knobbeltje in of onder de huid. De tumor kan er heel divers uitzien:
Klein en onopvallend als een lipoom (vetbultje)
Rood, gezwollen en geïrriteerd
Haarloos en geulcereerd
Snel groeiend of juist maandenlang onveranderd
Het Darier-teken: Karakteristiek voor mastceltumoren is dat ze bij aanraking of manipulatie kunnen opzwellen, rood worden en een wheal (bult) vormen. Dit komt door het vrijkomen van histamine uit de tumorcellen.
Wisselende grootte: De tumor kan in omvang fluctueren, groter wordend en weer kleiner, wat uniek is voor mastceltumoren.
Systemische effecten: Door het vrijkomen van histamine en andere stoffen kunnen systemische symptomen optreden:
Maag-darmzweren (door overmatige maagzuurproductie)
Braken en verminderde eetlust
Bloedingsproblemen (door heparine uit de tumorcellen)
Anafylactische reacties (zeldzaam maar gevaarlijk)
Diagnose
Fijne-naaldaspiratie (FNA): Dit is de eerste diagnostische stap. Met een naald worden cellen uit de tumor opgezogen en microscopisch onderzocht. Mestcellen zijn relatief gemakkelijk te herkennen aan hun kenmerkende granules.
Histopathologie: Na chirurgische verwijdering wordt de hele tumor microscopisch onderzocht. Dit is essentieel voor de gradering en het beoordelen van de snijranden (zijn alle tumorcellen verwijderd?).
KIT-mutatie analyse: Bepaalt of een c-KIT mutatie aanwezig is, wat invloed heeft op de behandelkeuze.
Stadiëring: Bij hooggradig tumoren of vermoeden van uitzaaiing wordt stadiëring uitgevoerd:
Fijne-naaldaspiratie van regionale lymfeklieren
Echografie van de buik (lever, milt)
Beenmergonderzoek
Bloedonderzoek
Behandeling van mastceltumoren
Chirurgie: Dit is de belangrijkste behandeling voor de meeste mastceltumoren. De tumor wordt verwijderd met ruime marges (idealiter 2-3 cm rondom en een fascielaag diep) om alle tumorcellen te verwijderen. Bij laaggradige tumoren met schone snijranden is chirurgie vaak afdoende.
Bestralingstherapie: Wordt ingezet wanneer chirurgische marges onvolledig zijn (niet alle tumorcellen verwijderd) of wanneer de tumorlocatie uitgebreide chirurgie niet toelaat. Bestraling is zeer effectief tegen mastceltumoren.
Chemotherapie: Bij hooggradig tumoren of wanneer uitzaaiing is vastgesteld. Veelgebruikte middelen zijn vinblastine in combinatie met prednisolon, of lomustine (CCNU).
Tyrosinekinase-remmers (TKI): Medicijnen zoals toceranib (Palladia) en masitinib (Masivet) zijn gericht tegen de KIT-receptor en kunnen effectief zijn bij tumoren met een c-KIT mutatie. Deze orale medicijnen worden steeds vaker ingezet.
Ondersteunende therapie: Antihistaminica (zoals difenhydramine en famotidine) worden voorgeschreven om de effecten van histamine-afgifte te beperken, waaronder maagzweren.
Preventie
Er is geen specifieke preventie voor mastceltumoren. Belangrijke aanbevelingen:
Regelmatige huidcontrole: Controleer de huid van je hond regelmatig op nieuwe knobbeltjes of veranderingen aan bestaande zwellingen.
Snel laten onderzoeken: Laat elke nieuwe knobbel op de huid van je hond onderzoeken door de dierenarts. Een simpele fijne-naaldaspiratie kan snel uitsluitsel geven.
Ken je ras: Als je een ras hebt dat gevoelig is voor mastceltumoren, wees dan extra waakzaam.
Niet afwachten: Ga er nooit vanuit dat een knobbeltje "maar een vetbultje" is. Mastceltumoren worden ook wel "de grote imitator" genoemd vanwege hun wisselende verschijningsvorm.
De prognose van mastceltumoren varieert enorm. Laaggradige tumoren die volledig worden verwijderd, hebben een uitstekende prognose met een verwachte overleving van meerdere jaren. Hooggradige tumoren met uitzaaiingen hebben een aanzienlijk slechtere prognose, met een mediane overlevingsduur van enkele maanden.